Wel eens gehoord van het What-the-hell-effect?

Je hebt het vast wel eens meegemaakt:
Je hebt een streng plan voor jezelf om een doel te bereiken, maar dan gebeurt er iets.
Iets waardoor je je er niet strikt aan dat plan kunt houden.
Op dat moment gaat het hele plan met een grote zwaai overboord.

Je doet precies het tegenovergestelde van wat je van plan was.

En de andere dag vraag je je af waarom je dat in hemelsnaam hebt gedaan.

Je wilt bijvoorbeeld een paar kilo afvallen en hebt een plan.
Je weet precies wat je op welk moment gaat eten.
’s Ochtends wil je fruit eten als tussendoortje.
Maar je partner, die nooit fruit eet, heeft opeens die laatste appel opgegeten.
Dus “moet” je een koekje bij de koffie nemen.
Waardoor je het gevoel hebt dat je dag naar de maan is.
Een collega komt ’s middags langs met donuts en je neemt er één.
Plus de rest van dat pak koekjes.
Er komt opeens een spoedklus op je werk en je gaat pas 2 uur later naar huis.
Je hebt geen puf meer om te koken en bestelt een pizza.
Met alle toppings.  
Want: What the hell…

Dat is dus het What-the-hell-effect.

Dit gebeurt niet alleen met afvallen.
Het gebeurt ook met plannen om meer te sporten, studeren, werken, stoppen met roken of alcohol.
Er zijn ook diverse wetenschappelijke onderzoeken naar gedaan.
Onderzoeken naar wat het veroorzaakt en wat je er tegen kunt doen.

Wat je er het beste tegen kunt doen?
Jezelf vergeven.

Het verminderen van schaamte en de innerlijke kritische stem werkt het beste om eetbuien te verminderen.
Vaak wordt daar meditatie en mindfulness voor gebruikt.

Zo was er een onderzoek waarbij mensen die op dieet waren eerst een Dunkin Donuts® cake donut te eten kregen tijdens het kijken van een natuurfilm.
De ene groep mensen kreeg daarna van een onderzoeker te horen dat ze dat deden om de realiteit na te bootsen, waarbij mensen vaak iets snacken tijdens Tv-kijken. “Iedereen die meedoet krijgt een donut, de hoeveelheid calorieën is te overzien en voel je daar alsjeblieft niet slecht over.”, was de boodschap.  Tegen de andere groep werd dit niet gezegd. Tenslotte kregen beide groepen een smaaktest van 3 verschillende soorten snoepjes. Tenminste, zij dachten dat het een smaaktest was. Het echte doel was om te zien hoeveel snoep dat er gegeten zou worden.
De zelfcompassie-groep at veel minder snoep, 26% minder, dan de controlegroep. Je kunt dit onderzoek zelf nalezen op https://www.weightcrafters.com/adams-leary-eating-attitudes.pdf.

Dus de volgende keer dat het fruit op is en je een koekje neemt:

Iedereen neemt weleens een koekje.
De hoeveelheid calorieën is te overzien.
Voel jezelf niet slecht erover.

Wees lief voor jezelf en vergeef jezelf.
Des te beter verloopt de rest van je dag,
en misschien wel de rest je leven…

what-the-hell-effect
Getagd op:                            

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WhatsApp openen
1
Meer weten?
Hoi! Kan ik je ergens mee helpen?